MEERDONK

De naam betekent: zandige verhoging - donk - die opduikt uit laagliggend land, dat regelmatig onder water loopt. De naam Merdonck komt reeds voor in de 13°eeuw.
Het was de naam van een afzonderlijke heerlijkheid, die vanaf dan samen met het Land van Waas
eigendom werd van de graven van Vlaanderen. De streek werd beschreven als "moer ende woestine"
Deze beschrijving verwijst naar de belangrijke economische activiteit van de turfontginning.
Turf werd gebruikt als brandstof en voor de zoutwinning. Turf werd in de zomer, toen het water teruggetrokken was, in grote klompen gestoken, die gedroogd werden en met platte bootjes naar de steden vervoerd. Woestijnen waren de stukken onbebouwd land die overbleven na uitvening.
De turfrijke gronden noemde men moeren. Nog verwijzen vele straatnamen (Turfbanken, 
Pannekeet, panneweel) naar de ontginning van turf. Meerdonk werd pas in 1807 een autonome
parochie als deel van Vrasene. Op 1 maart 1845 werd het een onafhankelijke gemeente.


Een eeuwenoude paardenkastanje heerst over het rustige graspleintje achter de  Sint Corneliuskerk. Voor de boom staat een houten beeld van de Zeeuwse kunstenaar Omer Gielliet. Van deze priester-beeldhouwer uit Breskens staan nog twee beelden, verspreid in de gemeente.

Het poëziepad is een route doorheen het dorp en de plders met 15 verspreid opgestelde borden, waarop gedichten gedrukt zijn van mensen uit of afkomstig van Meerdonk, 
ondermeer de priester-dichter Leo Vercruyssen.

Deze majestueuze roofvogel, de bruine kiekendief, kan je in de wijdse polders van Meerdonk bewonderen. Naast landbouw is hier plaats voor zeldzame, inheemse natuurelementen: planten,
insecten, vogels,...